anderen over HET HART (5)

HET HART, EEN HEEL BIJZONDER ORGAAN.

Het hart, midden in het organisme gelegen, is nog altijd een heel bijzonder orgaan; niet alleen in psychisch opzicht, waardoor het vroeger als het centrum van alle diepe per­soonlijke gevoelens – vooral van de liefde in de meest omvattende zin – werd gezien, maar ook vanuit het fysieke aspect.

Veelzijdige functies.
Net ais bij andere organen is men bij het hart van de buitenkant naar het binnenste doorgedrongen. Zo ontdekte men verschil­lende binnenruimten die men ging onderzo­eken.
Het hart is een holle spier. Uiter­lijk weet men intussen heel veel over het hart. Sinds lange tijd is bekend, dat het weefsel ervan uit spieren bestaat die de be­weging van het orgaan mogelijk maken. In dit weefsel zijn bepaalde cellen ontstaan, die als een soort zenuwen een ritme ver­oorzaken. Men weet ook, dat in de
hartwanden verschillende heel kleine waarne­mingsorganen (receptoren) liggen, die een waarnemingsfunctie hebben, t.o.v. druk, uitbreiding, verwarming, zuurgraad, tekort aan zuurstof enz. Onlangs heeft men ver­der ontdekt, dat het hart ook een klierfunctie heeft doordat het een hormoon pro­duceert dat de nieren stimuleert om meer water en zouten uit te scheiden als in de kleine kamers van het hart onverwacht veel bloed binnenstroomt. Alleen al uit deze opsomming blijkt het bijzondere van het hart dat als spier zoveel verschillende, ten dele tegengestelde, functies laat zien. hierbij komt nog, dat het een heel bijzon­dere stofwisseling heeft.

Historisch overzicht.
Een kort historisch overzicht over de ont­dekkingen in deze eeuw m.b.t. het hart en de mogelijkheden van ingrepen moge het beeld completeren. In 1927 werd de eerste hartkatheter in een experiment op het eigen lichaam gebruikt. Daardoor werd voor het eerst de binnenkant van het hart bij een levend mens zichtbaar. In de jaren veertig werd de diagnostiek van hartafwijkingen bij levende mensen door die kathetertechniek d.m.v. röntgenfoto’s uitgewerkt en, aansluitend daaraan, in toenemende mate de operatie van hartafwijkingen systematisch aangepakt. De in het begin van de jaren vijftig ontwikkelde hart-longen-machine maakte steeds ingewikkelder ope­raties aan dit voortdurend zich bewegend orgaan mogelijk, doordat met behulp daar­van het bloed buiten het hart werd omge­leid.

Door sterke onderkoeling kan bovendien het hartweefsel aan een langdurig zuur­stoftekort worden blootgesteld, waardoor ook gecompliceerde afwijkingen kunnen worden gecorrigeerd. Daarop volgde het zichtbaar maken van de kransslagaderen met behulp van de katheter, contraststof­fen en van röntgenstralen en in 1957 de eerste pacemaker. De eerste harttrans­plantatie vond plaats in 1967. Men heeft het hart inderdaad uiterlijk veroverd!

weleda hart

De dubbele geaardheid van het hart.
Door deze bewonderenswaardige techni­sche prestaties wordt in hoge mate duide­lijk, dat het mogelijk is geworden, talloze hartafwijkingen gunstig te beïnvloeden en te verbeteren. Maar er blijkt tevens, dat wij thans onderscheid moeten maken tussen de uiterlijke kant van een orgaanfunctie en een innerlijke, die met het bewustzijn te maken heeft.

Het bijzondere van het hart is, dat het die beide kanten evenwichtiger vertegenwoor­digt dan welk ander orgaan ook: voor de uiterlijke functies van het organisme is dat een absolute voorwaarde. Anderzijds geeft het aan ons gevoelsleven de meest per­soonlijke en intieme kleur.
Het hart is zo­wel een lichamelijk als psychisch orgaan. Die dubbele geaardheid is slechts begrijpe­lijk als men haar ziet tegen de achtergrond van de tweevoudige natuur van de mens. Wij zijn als mensen in staat door middel van onze bewegingen een bewustzijn van onszelf en van onze omgeving te ontwik­kelen. Die tegenstelling wordt begrijpelijk op grond van de hoogst belangrijke ontdek­king van Rudolf Steiner omtrent de driege­leding van de mens. Daardoor ontstaat de mogeiijkheid om beide kanten van zo’n or­gaanfunctie te doorgronden. Rudolf Steiner gaat daarbij uit van de voor­naamste psychische krachten: voorstellen (denken), voelen en willen. Wij kunnen die verwezenlijken omdat de lichamelijke or­ganisatie in drie functionele eenheden is geordend, die enerzijds zelfstandig actief zijn, elkaar anderzijds echter zodanig door­dringen dat zij de totale menselijke orga­nisatie vormen. De ene functionele een­heid is samengevat in de zintuiglijke waar­nemingen en de aan het voorstellen en denken ten grondslag liggende processen in de hersenen: dit is het zenuw-zintuig­stelsel. Diametraal daar tegenover vormen alle stofwisselings- en bewegingsproces­sen een eenheid, die het willen bemiddelt. De derde functionele eenheid ligt even­wicht scheppend tussen die beide ge­bieden. Zij verenigt alle ritmische proces­sen in een zelfstandige organisatie die het voelen bemiddelt.

Als men het hart bekijkt, ziet men dat het al in zijn bouw deze drie functies belichaamt: uit één en hetzelfde spierstelsel ontwikkelt zich een weefsel dat een zenuwfunctie heeft, het reeds genoemde leidingssysteem voor de overbrenging van prik­kels. Dit behoort tot ons meer bewuste zieleleven. Voorts ontwikkelt zich een spiergedeelte dat duidelijk op de beweging is gericht en verbonden is met een zeer actieve stofwisseling; tevens kan het uit de cellen van de hartspier hormonen produ­ceren. Dit gedeelte van het hart behoort tot de meer onbewuste kant van ons ziele­leven.

En doordat het hart deze tegenstellingen ritmisch bemiddelt, draagt het zijn eigen ritme over op het totale organisme. In het hart worden de kant van het bewust­zijn van de mens – uitgedrukt door het in­dividueel geworden gevoelsleven – en de actieve kant van de mens in evenwicht met elkaar gebracht. Heen en weer, op en af vindt hier plaats; wij vinden gevoelens, die door het bewustzijn worden opgehelderd en gevoelens die onderduiken in het onderbewustzijn in voortdurende onderlinge af­wisseling. Ook worden hier de
doelstel­lingen beleefd die al of niet tot daden moe­ten worden.

Kortom: hier wordt afgewogen in ritmische golving. Ziel en lichaam grijpen in dit rit­misch bewogen spel op subtiele wijze in elkaar.

In het ademhalingsritme, het andere ritmi­sche centrum, kan het innerlijk, het gevoel, al min of meer bewust vorm krijgen in de spraak. In het hartritme daarentegen kun­nen de meest persoonlijke gevoelens wor­den opgenomen in de besluiten en in daden tot uiting komen. Alleen de gevoelens die door heldere voorstellingen worden gedragen, die heel persoonlijk (niet egoïstisch bedoeld) zijn geworden, kunnen “van harte” tot daad worden. In de loop van het leven moet dit proces steeds hel­derder worden, wil het hart, ook in uiterlijke zin, geen geweld worden aangedaan. Niet alleen de uiterlijke schadelijke invloeden, maar ook de niet geheel geïntegreerde ge­voelens, wensen en begeerten maken het hart ziek. Het hart is in dit opzicht ons be­langrijkste identiteitsorgaan: psychisch-geestelijk, lichamelijk en wat onze levenshouding betreft. Deze opvatting baant de weg naar de mogelijkheid, met het hart psychisch waar te nemen, dat wil zeggen onze door de kracht van het inzicht ge­schoolde en daardoor individueel gewor­den gevoelswereld tot maatstaf voor ons handelen te maken.

De hartfunctie – die op de ademhalings­functie tot in het subtielste is afgestemd, maar ook in de andere lichaamsfuncties, zoals lichamelijke belasting, voedselopname en waarnemingsprocessen, subtiel is geïntegreerd, vormt de fysiologische grondslag voor de overweging van ons hel­dere waakbewustzijn in ons droomachtig-slapende zieleleven dat onderduikt in de lichaamsfuncties. Als men de hartfunctie zuiver mechanisch opvat, dan doet men het proces van de in­dividualisering van het zieleleven tekort. Dit dient men bij mechanische ingrepen te bedenken, die immers tegenwoordig steeds meer plaats vinden. Aan de andere kant kan echter ook een hartoperatie een individuele ontwikkeling aan de gang zet­ten, bijvoorbeeld bij kinderen met een aan­geboren hartafwijking.

Relaties met de omringende wereld.
Tot dusver hebben wij het hart als het cen­trum van de mens wat betreft zijn indivi­dualisering in lichamelijk, psychisch en geestelijk opzicht leren kennen. Maar ook op het gebied van het dagelijkse leven is het duidelijk een centrum. Alles wat uit het milieu komt, zoals adem, voeding en zin­tuiglijke indrukken, wordt in het hart ver­enigd, doordat het bloed uit de verschillende functiegebieden het hart binnenstroomt en het in de menselijke individualiteit inte­greert. De invloed van licht, lucht, warmte en van de kosmische omgeving wordt in het hart vermenselijkt. De krachten van de planeten worden bij­voorbeeld langs allerlei wegen in de men­selijke organen veranderd; hiervan is sprake in het voorafgaande artikel.(bedoeld is een artikel in hetzelfde Weledabericht) Met het hartritme correspondeert op het kosmi­sche niveau het ritme van de zonsop- en ondergang, dat via de kringloop van het jaar net zo wordt gevarieerd als ons hart­ritme door de ademhaling wordt bepaald.

Allerlei ziekten.
De mogelijkheden dat het hart ziek wordt zijn veelvuldig. De meeste ziekten in dit verband ontstaan door te sterke afbraak­processen. Zij dringen vanuit het zenuw-zintuigstelsel, waar ze op hun plaats zijn, door in de ritmische organisatie. In de hui­dige samenleving spelen gebrek aan bewe­ging, vooral aan innerlijke bewogenheid, een rol, evenals de oppervlakkige verwer­king van onze waarnemingen tengevolge van een overvloed van zintuiglijke indrukken.

In de therapie moet worden geprobeerd, die eenzijdigheden te overwinnen door het hart in het milieu te betrekken. Hierbij is van belang, dat een evenwicht tussen extremen op verschillend niveau wordt bereikt. Dit kan men vooral beleven bij het ervaren van warmte: hoe uiterlijke warmte wordt overgeleid in innerlijke warmte. Dit gebeurt het allermeest door het hart en zijn functie. De uitdrukking daarvan is, dat het spier-bloed-systeem het warmste in het organisme is. Dit aspect kan zowel in de medicamenteuze therapie als bijvoorbeeld door de heileurythmie en het therapeutische gesprek tot gelding komen.

Het hart in het taalgebruik.
Tenslotte wijzen wij nog op de taalgenius, die deze bijzondere individuele basis van de mens, het hart, in allerlei uitdrukkingen duidelijk maakt. Ook hier vinden wij een in­nige lichamelijk-psychische
ineenstrengeling. Het hart kan slaan, kloppen, hameren, het kan sidderen, maar ook smachten en jubelen, stilstaan, maar ook gloeien, stok­ken en versagen, breken. Echter ook karaktereigenschappen worden vaak met het hart verbonden: het kan warm en week, trouw en bedroefd, koel, klein, van steen, ruim of trots zijn. En de mens kan barm­hartig, of harteloos zijn.
In Goethes, “Dichtung und Wahrheit”, zijn autobiogra­fie, lezen wij: “Omdat ons het hart altijd na­der ligt dan de geest en ons dan voor pro­blemen plaatst als de geest zichzelf wel weet te helpen, leken mij de aangelegen­heid van het hart steeds de belangrijkste.”

(Dr Hans Christoph Kümmell, arts , Weledaberichten nr.149, dec. 1989)

Zie ook: hart een pomp?

alle anderen over het hart

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s