Tagarchief: brein

anderen over WETENSCHAP (3)

WIJ ZIJN ONZE GEEST’

Uit een interview met prof. Herman van Praag*

Van Praag, sinds 1997 met emeritaat, verzet zich onder het motto ‘niet bij biologie alleen’ tegen een nieuwe mode: de materialistische stroming die zich laat samenvatten als ‘Wij zijn ons brein’, naar de bestseller van hersenonder­zoeker Dick Swaab. ( )

In de jaren zeventig werd hij mikpunt van de antipsychiatrie, die alle traditionele psychiatrie afwees en ook argwanend was over de biologi­sche benadering van Van Praag: “Ik ben uitge­maakt voor nazi-arts omdat ik biologisch on­derzoek van de hersenen deed bij patiënten en soms de elektroshockbehandeling toepaste. Terwijl ik best waardering had voor de anti­psychiatrie. Ze vroegen aandacht voor sociale oorzaken van psychiatrische ziektebeelden en stelden de verkalkte toestanden in sommige psychiatrische ziekenhuizen aan de kaak, waar patiënten decennia konden vegeteren. Er was weinig aandacht voor dementerenden. Maar ze rekten hun theorieën te ver op, zoals nu de breinfetisjisten. ( )

“Wij zijn er dankzij ons brein. Maar we zijn niet ons brein. Wij zijn bovenal onze geest.” Een mens is meer dan alleen het genenpatroon en de optelsom van hersenfuncties, vindt Van Praag. ( )

Ik ben in ú geïnteresseerd, niet in uw brein. Uw brein vertelt mij niet wie u bent. Daarvoor heb ik meer informatie nodig. Pas dan rijg ik zicht op het unieke portret dat u bent en dat u zelf heeft opgebouwd, door welbewuste keuzes in uw leven.

Er zijn zeven miljard van die unieke portretten op de wereld. De breinen laten die niet zien. Natuurlijk besta ik dankzij mijn brein. Zonder mijn hersens ben ik er niet. Maar daarom ben ik nog niet mijn brein. Dat is het verschil tussen Swaab en mij.

Vergelijk het met een tulp. Zonder de aarde waarin die is geplant kan hij niet bestaan. Maar je kunt niet alle eigenschappen van die tulp, zijn kleur, zijn geur, zijn schoonheid, verklaren vanuit die teelaarde,”

Van Praag verwijt zijn tegenstanders dat die oude leer van de goddelijke voorzienigheid hebben vervangen door een andere predestinatieleer,  waarin genen en voorgeprogrammeer­de hersencellen Gods rol hebben overgenomen.

‘Neuraal deterministen’ noemt hij hen.

In hun denken is menselijke vrijheid een illu­sie. Van Praag houdt zelf vast aan het begrip geest. “Ik denk dan niet aan een wolkje dat on­afhankelijk van de hersenen zou bestaan. Met ‘geest beschrijf ik onze eigenheid. Dat wat in het Engels selfhood heet, ons tot een individu maakt.”

“Mensen zijn geen speelbal van hun voorgeprogram­meerde hersenen. Ik – mijn zelf, mijn geest -geef mijn leven vorm, al worden mijn doen en laten mede beïnvloed door factoren waarvan ik mij niet goed of niet geheel bewust ben.

Ik spreek uit persoonlijke ervaring. Ik heb drie jaren in nazikampen doorgebracht. Ik heb toen zeer bewust twee beslissingen genomen: ik ga dit overleven en als me dat lukt dan ga ik iets van mijn leven maken. Dat is me gelukt, volgens plan. De hersenen stelden me hiertoe in staat, maar waren niet de bouwheer. Dat was mijn zelf’.”

( )

“Ik heb de psychiatrie altijd breed benaderd. Met oog voor de biologische, psychologische en sociale factoren die ons psychische leven kun­nen verstoren.

Daarnaast heb ik de verbeeldingskracht** hoog, het vermogen je beelden te vormen van dingen die er niet zijn, of beter, die niet
waar­neembaar of meetbaar zijn. Het kan gaan om een wetenschappelijke constructie of een ver­nieuwend idee op kunstzinnig of maatschap­pelijk gebied.

Verbeelding kan een mens tot een visionair maken. Verbeelding komt ook tegemoet aan de menselijke behoefte het leven te voorzien van een verticale dimensie. In die wereld kan een godsbeeld tot ontwikkeling komen, komt de Bijbel – dat magistrale hoogtepunt van mense­lijke verbeelding – tot leven en is er plaats voor al datgene waarmee je je in het gewone leven geen raad weet.

In intellectuele kringen is het tegenwoordig mode om de behoefte aan verticaliteit, religio­siteit, te ontkennen of te onderdrukken. Reli­gie is voor de dommen. Ik vind dat jammer, een tekort.

Vergelijk het met iemand die niets voelt bij muziek of een gedicht, of niet kan genieten van de natuur. Je mist dan zoveel. Bovendien blijken religieuze mensen stressbestendiger te zijn dan niet-religieuze. Zij hebben minder vaak depressies en genezen sneller. Dat is al­leen zo als de patiënt een optimistische kijk op godsdienst heeft. ( )

Er is altijd een weg vooruit, naar een betere toekomst. Je moet niet de fout maken om te veel van mensen te verwachten, maar de hoop moet blijven leven. Daarom is de messiaanse idee zo belangrijk. Ik geloof niet in de Messias als een persoon. Voor mij is de idee van een Messias belichaamd in de mensheid als collectief. Wij, met z’n allen, zul­len op weg moeten naar een betere toekomst. Op weg naar de horizon. Die wijkt; we bereiken die nooit, maar we komen wel steeds verder.

Daarom is het ook zo goed dat Adam en Eva die appel opaten, ook al had God dat verboden. Anders hadden ze voor eeuwig gevegeteerd in het paradijs, waar alles volmaakt is, waar niets meer te wensen valt, waar de mens geen uitda­gingen meer zou kennen. Dan was de schep­ping mislukt.”

*Trouw – 14 -12- 2013
Dit is om reden van copy-rights niet heel het interview.
Desgewenst kan het toegestuurd worden via email.
Via pieterhawitvliet voeg toe apenstaartje gmail punt com

**Rudolf Steiner over verbeeldingskracht en gezondmakend onderwijs

 

anderen over HET HART (1)

Uit een interview met embryoloog Jaap van der Wal

‘Ik gaf jarenlang colleges over het mense­lijk lichaam. Dan vertelde ik hoe men over het lichaam dacht in de tijd van vroeger tot nu. Ik sloot graag af met de befaamde Nederlandse anatoom Louis Bolk. Hij ont­dekte dat de menselijke ontwikkeling traag verloopt ten opzichte van die van dieren. De mens wordt in een veel later stadium volwassen dan de mensapen. En dat terwijl bij de geboorte mens en chimpansee nog grote overeenkomst vertonen. Bolk komt tot bijzondere inzichten in de evolutie. Dat een mensenkind een niet-gespecialiseerde toestand bewaart tegenover de snelle spe­cialisering van de chimpansee. Dat de mens “eigenlijk embryo blijft”. Er was bij de studenten altijd grote belang­stelling voor de observaties van Bolk. Te­genwoordig zijn de eerstejaarsstudenten al sterk gevormd door de populaire me­chanistische opvattingen en kijken ze niet meer zo onbevangen naar de verschijnse­len, de natuur, de mens, het lichaam. Het is een moeilijke periode voor de holistische menskunde. We gaan door een dorre woes­tijn.’

‘Zonder hart kun je niet leven. Zonder brein wel. Hersendood is lariekoek!
Als je hersenen ophouden, ben je niet dood. Je bent dood als het hart ophoudt. In het embryo ontstaat eerst het hart; het brein is een stap later en verder. Met het hart ontstaat de eerste mogelijkheid binnen ons or­ganisme individu te zijn. Het brein, het hoofd is niet de primaire oorzaak van ons bewegen. De neurobiologie zit wat dat betreft in een fuik. Het oorzaak-en-gevolg-denken staart zich dood op het brein. Je brein is het hoofd van het zenuw-zintuigstelsel. Het hart is het “hoofd” van het bloed(orgaan).

In het begin is het embryonale lichaam als het ware leeg. Er is enkel een bui­tenkant en een binnenkant; de ruimte ertussen is niet manifest. Dan ontstaat er een midden via het bloed dat het vanuit het bloedproces (vormt?). “Inter-esse” betekent “er tussen zijn”.’

Het brein
‘Het hersenorgaan begint zich vanaf de derde week te ontwikkelen. Het is in uitgegroeide vorm niet begin- maar eindpunt van het zenuwproces. Het hart vormt zich vanuit het bloedproces en is (dus ook) hoofd en luistert, rea­geert en coördineert. Het hart voegt aan de beweging van het bloed niets toe! Het geeft een nieuwe impuls, zoals het brein reageert op de bewegings­mens en de zintuiglijk waargenomen wereld om ons heen! Het hersenproces levert je het bewust­zijn van de wereld om je heen. Het hart is in die zin ook een bewustzijnsorgaan: het station waar alle processen tot rust gebracht worden, waardoor steeds weer innerlijke vrije ruimte ontstaat. Waar het bloedproces rust… en omkeert. Het is het incarnatieor­gaan. Elke hartslag is een incarnatie-act, brengt ons hier en maakt ons in zekere zin wakker. Hier ben ik! In het hart kun je gewaarworden dat je in je lijf woont. Niemand wijst op zijn hoofd als antwoord op de vraag: bedoel je mij? Ben ik aan de beurt? Dan wijs je op de plaats van je hart. Daar ben je!’
‘Het hart wordt niet begrepen. Waar­om krijgt onze cultuur het zo aan zijn hart? Wat gebeurt er met ons samenlevingshart? Verharding en verkilling verzwakken het. Zoals wij denken over de fysiologie, zo richten wij ook onze samenleving in. Daar komt de terug­slag: in het sociale leven. De hartenklop van onze samenleving wordt ontregeld door stress. Deze komt voort uit hoe wij denken over onze lichamelijkheid. De huidige trant van denken over het brein bijvoorbeeld – als oorzaak van bewegen – is een gevaarlijke misvat­ting. Brein is niet beweging of oorzaak van ons bewegen. Het brein wordt on­derhouden door het ritmische systeem en het spijsverterings-ledematensysteem. Het brein bestuurt niet onze ze­nuwen.

Rudolf Steiner waarschuwde al een eeuw geleden  dat  het begrip ‘motorische’ zenuwen op een denkfout berust, alsof deze ons doen bewegen. Alle zenuwen dienen de waarneming, dus ook de waarnemingen van onze spierbewegingen. Je zult dan ook in de hersenschors geen vrije wil ontdekken. Die wil zetelt daar niet. Hersenonder­zoek wil met een scan aantonen dat er geen vrije wil bestaat. Zo ver is het ge­komen met het mechanische denken! Ik noem dat schaamteloos reductio­nisme. De vrije mens terugbrengen tot een regelbaar en geen verantwoording dragend apparaat! Alsof je de wil die je in het dagelijks leven ervaart, kunt “vangen” in een experiment dat de hersenactiviteit in beeld brengt! Dan krijg je een samenleving van “Kan ik er wat aan doen? Het was mijn hippo­campus die een foutje maakte”.

‘De werkelijkheid waarin wij leven is toch wel even iets meer dan het neurolab met knopjes en draadjes! Ik ben geen brein. Ik ben Jaap van der Wal en ik heb én ik ben mijn lichaam. Kennelijk is het brein een belangrijke voorwaar­de om te leven. Maar ik ben niet mijn brein. De mensen zijn het transparante lichaam vergeten dat weerstandsloos mij dient. Marcel Proust bracht het zo onder woorden: “Wij hebben voor de toekomst geen nieuwe horizon nodig, we hebben nieuwe ogen nodig!” De empathische blik heeft oog voor het kwalitatieve. Met alleen tellen en me­ten verliezen we de mens uit het oog.’

(deel van een interview, verschenen in het blad ‘Stroom’)

alle anderen over hart