DE VIERLEDIGE MENS (1)

Het fysieke lichaam

‘Waar in de wereld vinden we ijzer?’ vroeg ik mijn toehoorders vaak, wanneer ik een cursus of een lezing gaf over het vierledige mensbeeld.
Men dacht koortsachtig na, probeerde zich te herinneren wat men op school had geleerd. Wat waren de landen waar ijzererts vandaan kwam.

Of, om het even, welke ander materie: kalk, magnesium, fosfor, enz.

Maar wanneer ik aangaf dat ik de gevonden landen niet bedoelde, was er enige verwarring, todat uiteindelijk iemand op het idee kwam het eigen lichaam te noemen.

De stoffelijkheid van de wereld is ook onze stoffelijkheid.
Ja, in ons eigen lichaam zijn deze stoffen ook voorhanden. Ik zeg met opzet ‘ook’, om aan te geven dat de stoffen die in of op de aarde gevonden worden en waaruit de aarde bestaat, ook in ons gevonden worden. De stoffelijkheid van de wereld is ook onze stoffelijkheid.

In ‘Wat is antroposofie’ citeert de schrijver, Willem Veltman, een Amerikaan die de hoeveelheid van de voornaamste stoffen in ons lichaam berekende en ze vervolgens uitdrukte in producten of gebruiksvoorwerpen:

Vet                             voldoende voor 7 stukken zeep

IJzer                           voldoende voor 1 spijker

Suiker                        één zoutvaatje vol

Kalk                           genoeg om een kippenhok mee te witten

Fosfor                        genoeg voor 2200 luciferkoppen

Magnesium               genoeg voor één dosis magnesia

Kalium                       genoeg om buskruit te maken voor één schot uit een
kinderkanon

zwavel                       genoeg om een hond te ontvlooien

De idee dat daar in de wereld stoffen aanwezig zijn die ook in mij zijn te vinden, geeft mij een bepaalde manier van me verbonden voelen met de wereld waarop ik leef. Ik ben op deze manier een stukje van de wereld.

Dat die stoffen in mij aanwezig zijn, daarvoor heb ik niets hoeven doen. Ik kreeg ze bij de geboorte mee.

Maar die aanwezigheid blijkt geen constante te zijn. Ik kan bv. aan een van de stoffen een  tekort hebben – het ijzer – en dan uit zich dat in bloedarmoede. Ik kan ook een kalkgebrek hebben.
Je kunt er ook teveel van hebben: suiker of vet bv.

En als ik een tekort aan ijzer heb, heb ik er niets aan dat ik een brokje ijzer inslik. Mijn lichaam heeft er alleen wat aan als het in aangepaste vorm kan worden opgenomen.

Stof als basis
Dat betekent eigenlijk dat de stoffen niet naar hun eigen aard in mij aanwezig (kunnen) zijn, maar dat ze zich moeten voegen naar wat ik lichamelijk als organisme ben. Ze zijn dus in zekere zin ondergeschikt aan dit organisme; ze moeten daaraan dienstbaar zijn. Ze vormen er een basis voor.

Tijdens mijn leven voegen de stoffen zich naar mijn organisme. Dit dicteert wat ik nodig heb, in welke mate en wat ik niet nodig heb.

Mijn organisme heeft daar op de een of andere manier ‘weet’ van. Als het te weinig of teveel krijgt van wat het nodig heeft, reageert het en wij voelen dat in de gewaarwordingsziel als pijn(tje), misselijkheid, duizeligheid, ziekte, honger enz.

Al levend weten wij eigenlijk van ons eigen organisme niet of dit wel de juiste stoffen in de juiste hoeveelheden krijgt.

Dit vind ik wel vreemd: het is je eigen lichaam en toch weet je niet precies wat en hoe het daarin en daarmee gaat. Pas als een bepaalde grens overschreden wordt, word je het gewaar.

Dit ‘dienstbaar zijn aan’ gebeurt dus tijdens mijn leven. In mijn organisme zijn de stoffen er tijdens mijn leven in een bepaald verband; ze zijn dienstbaar aan dat verband. Buiten mijn organisme zijn ze niet dienstbaar, ‘leiden ze hun eigen leven’.
Tijdens mijn leven dienen ze mijn leven en na mijn leven gaan ze weer hun eigen leven leiden.
Immers, wanneer ik dood ben, is de band met mijn leven niet meer nodig: de binding is overbodig en ont-binding is het gevolg. De stoffen komen weer in hun oorspronkelijke gebied: de aarde.
Stof ben je en tot stof zul je weerkeren.

Aarde
Ook in de naamgeving speelt het woord ‘aarde’ mee. Daar waar we met de meest aardse delen te maken hebben, in de botten, spreken we van beenaarde. 2/3 van het menselijke skelet bestaat eruit. Het is samengesteld uit verschillende fosforzure kalkverbindingen.

Het woord ‘fysiek’ komt van het Griekse ‘phusikos’ dat ‘tot de natuur behorend’ betekent.

In het woord ‘lichaam’ zit etymologisch het deel ‘lic’ dat ‘lijk, vlees’ betekent en ‘ham’ dat ‘omhulsel’ betekent. lichaam ‘stoffelijk omhulsel’. Samengesteld uit → lijk 1 ‘(dood) lichaam’ en → haam ‘omhulling’, ‘het vlees zonder leven en ziel’

Rudolf Steiner  over dit fysieke lichaam:
GA 4: Wij vallen niet samen met de voorwerpen buiten ons, maar we maken mét de dingen buiten ons, deel uit van diezelfde wereld.

GA 9 De fysieke wereld: dat is wat er vóór de mens al was; dat treft hij bij zijn verschijnen op de wereld aan. Het is een gegeven.

Met zijn lichamelijke zintuigen neemt de mens de wereld waar, maar ook zijn eigen lichamelijkheid.

Door zijn lichaam behoort de mens tot de wereld die hij met zijn lichaam waarneemt.

Door zijn minerale bestaansvorm is de mens verwant met al het zichtbare.

GA 13 Het lijk is aan dezelfde processen en krachten onderhevig als die in de minerale wereld werkzaam zijn.

GA=Gesamt Ausgabe: de geschreven boeken en de gesproken voordrachten

vervolg: deel 2

Advertenties

12 reacties

    Trackbacks

    1. WAT OP DEZE BLOG STAAT | antroposofie: een inspiratie
    2. DE VIERLEDIGE MENS (2) | antroposofie: een inspiratie
    3. DE VIERLEDIGE MENS (3) | antroposofie: een inspiratie
    4. VRIJESCHOOL – Algemene menskunde als basis voor de pedagogie – voordracht 10 | VRIJESCHOOL
    5. WAT STAAT OP DEZE BLOG | antroposofie: een inspiratie
    6. DE VIERLEDIGE MENS (3-2) | antroposofie: een inspiratie
    7. VRIJESCHOOL – Het leerplan en Ernst Haeckel (12-6) | VRIJESCHOOL
    8. VRIJESCHOOL – Rudolf Steiner over pedagogie(k) GA 55 | VRIJESCHOOL
    9. VRIJESCHOOL – Rudolf Steiner over pedagogie(k) GA 55 – voordracht 7 | VRIJESCHOOL
    10. VRIJESCHOOL – Algemene menskunde als basis voor de pedagogie – voordracht 10 | Vrije School
    11. DE VIERLEDIGE MENS (3-1) | antroposofie: een inspiratie
    12. VRIJESCHOOL – Rudolf Steiner over pedagogie(k) – GA 301 voordracht 9 | VRIJESCHOOL

    Geef een reactie

    Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

    WordPress.com logo

    Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

    Google+ photo

    Je reageert onder je Google+ account. Log uit /  Bijwerken )

    Twitter-afbeelding

    Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

    Facebook foto

    Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

    Verbinden met %s

    %d bloggers liken dit: