DE DRIELEDIGE MENS (4)

wat voorafging: deel 1; deel 2; deel 3

DE DRIELDIGE MENS

DENKEN, VOELEN, HANDELEN (1)

Ook deze ervaring zullen velen met mij delen-vooral als je doe-het-zelver bent.

PLANNEN=IDEEËN HEBBEN/KRIJGEN
Je wilt je keuken verbouwen. Daar sta je dan, te kijken, alles in ogenschouw te nemen. In gedachten breek je dit weg, plaatst dat, doet zus en zo. En aan je werktafel gaat dat nog even door. Planning, noemen we dat. We maken een plan en dat neemt steeds meer vorm aan. En hoewel er nog geen tegeltje losgekapt is, zien we al helemaal voor ons, hoe het gaat worden.

De dichter Marsman zag het ook voor zich, toen hij aan Holland dacht:

Denkend aan Holland,

Zie ik brede rivieren enz.

En dit is nu zo karakteristiek voor het denken. Wij zien „het“ voor ons. Ik stel de nieuwe keuken al helemaal voor me op. De voorstelling van de keuken is daar.

Maar met de „stoffelijke“ keuken is nog niets gebeurd! Ik hoefde in de bestaande keuken de („aardse werkelijkheid“) nog helemaal niets te doen, dan daar te staan of aan mijn tafel te zitten. In mijn hoofd gebeurde echter van alles: wikken en wegen: zal ik zus of zo? Het ene beeld door het andere vervangen, veranderen,  kortom: ik dacht.

VOORSTELLEN
Denken is in hoge mate een beweeglijke activiteit, die onstoffelijk (wel een realiteit, maar geen aardse) is. Preciezer: deze vorm van denken is het zich voorstellen, met een toekomstkarakter: min of meer zal het zus of zo gaan: voorstellen wordt zo „fantaseren“. Voorstellen heeft ook een verledenkarakter: wanneer ik me iets voorstel: voor de geest haal, wat ik eerder met fysieke zintuigen waarnam: de herinnering. Bij beide gaat het om beelden. Voorstellen heeft beeldkarakter.

HANDELEN
Wanneer ik aan het werk ga, moet ik de handen uit de mouwen steken en mijn beste beentje voorzetten. Hakken, breken, puin afvoeren, nieuw materiaal aandragen. Beweeglijkheid, maar nu met de materie. Uiteraard moet ik er goed mijn hoofd bijhouden en mijn hersenen gebruiken; maar in veel mindere mate dan bij het plannen; nu gaat het vooral om de handen. Transpiratie. ´s avonds: honger en moe, lichamelijk moe, als een blok in slaap. De andere dag misschien wel spierpijn. Daar was bij het plannen geen sprake van. Erna geen overmatige eetlust; moe? Een beetje slaperig wel.

POLAIRE PROCESSEN
Ik ben mij ervan bewust, dat deze processen nooit zo gescheiden verlopen als ik hierboven schets. De mens is immers een individualiteit-dat betekent zoiets als niet te scheiden; maar we kunnen wel onderscheiden en dat gebeurt hier.

En omdat het zoeken van tegenstellingen meer informatie oplevert dan wanneer je overeenkomsten probeert te vinden, is voor deze polariteit gekozen.

HOOFD
Het hoofd erbij houden; je hersenen gebruiken, behoort heel duidelijk bij de denkprocessen: het combineren en deduceren van Sherlock Holmes; Poirot die zo trots was op zijn grijze hersencellen! Als je iets niet voor mogelijk houdt, heb je er een zwaar hoofd in. Wat is de taal toch geweldig! In de afgeslotenheid van de hersenschedel ligt ons brein. Daar de hersencellen, verbonden met de zenuwen, op hun beurt weer deel uitmakend van onze zintuigen,  mogen we spreken over een zenuw-zintuigstelsel.

Het denken, met behulp van ons brein, moet kennelijk in de afgeslotenheid gebeuren. Je moet niet te veel aan je hoofd hebben; horen en zien moeten je zeker niet vergaan. Rust is een voorwaarde. Probeer maar eens een moeilijke som op te lossen en je hoofd tegelijk zo te bewegen als bv een houtduif doet. Nee, in de bovenkamer moet rust heersen. De hersenen zelf moeten als massa ook niet te veel bewegen: een hersenschudding is al veel te veel; maar een kleinere uitzetting betekent ook meteen hoofdpijn.

LEDEMATEN
Hoe anders bij de armen en benen. Vooral bij de kinderen waar te nemen: hoe meer beweging, des te meer pret. En als ze nog moeten wachten: het trappelen van ongeduld. „Gaan we nou?“

En zo gesloten en vast de schedel is, zo beweeglijk armen en benen; tot aan het spreiden van de vingers, is het hier een en al openheid. Van holte is geen sprake; de schedel rond; de ledematen langgerekt; de zachte massa binnen de schedel; de zachte massa buiten de beenderen van de ledematen.

En als je deze polariteit op je laat inwerken, zie je ineens een soort gebaar:zie de schets verderop.

ROMP
Naast hoofd en ledematen kennen we het derde deel van de bekende indeling: de romp. Het middendeel. Als we naar de lichamelijke kant kijken, zien we enerzijds, in de ribbenkast, botten, die niet meer zo stralend zijn als de ledematen, maar ook niet zo rond als de schedel.

Niet zo open, maar, in hun korfvorm, ook niet zo gesloten. Naar het hoofd toe, sluiten ze zich wel meer: in de atlas en de draaier zijn ze veel dichter en vaster van vorm geworden; terwijl de zwevende ribben juist weer meer bij de ledematen lijken te horen.

Prachtig, zoals het middendeel letterlijk het midden houdt tussen hoofd en ledematen.

Is het hoofd er om het denken mogelijk te  maken, de ledematen om te kunnen handelen; zou het middendeel dan met het voelen samenhangen?

ZIEL
De ziel in ruimere zin werd eerder het vermogen genoemd om de buitenwereld tot binnenwereld te maken; en omgekeerd. Wanneer er bv een harde knal achter me klinkt, dringt die in me via mijn gehoorszintuig; maar vrijwel onmiddellijk begint mijn hart te bonzen; ik trek wit weg en de adem wordt me bijna benomen. Het is niet moeilijk om allerlei eigen ervaringen aan te geven, waarbij adem en bloed sterk mede betrokken zijn bij het voelen. Ook hier is de taal weer rijk: „het hart klopte hem in de keel; het hart zonk hem in de schoenen.“ We kennen uit eigen ervaring  de verstikte stem bij sterke emoties; de zwaarder wordende ademhaling bij opwinding enz.

Hart en longen: dat is ook: ritme; deze idee lijken de ritmisch zich vertonende ribben nog te versterken.

Buitenwereld wordt binnenwereld en omgekeerd. Zo noemde ik de ziel.

Maar ik kan ook onmiddellijk neerschrijven: dat is de ademhaling.

HOOFD                                             ROMP                                    LEDEMATEN

denken                                              voelen                                   willen

rond                                tussen rond en gestrekt                     gestrekt

voorstellen        bew.z.z/verstandsz\gewaarwordingsz\  handelen

onstoffelijk                                                                                       stoffelijk

geest                                                                                                  materie

in/binnen                              binnen/buiten                                 buiten

HANDELEN/WILLEN
Naast handelen gebruik ik hier ook het woord willen. Nu is de wil als zodanig geen gemakkelijk onderwerp.  Als ik zo het woordje „wil “gebruik, is dit voor iedereen duidelijk, zo gebruiken U en ik het dagelijks. Simpel in te zien is, dat als je wat wilt, je in actie moet komen. Willen is vaak de impuls die aan het handelen voorafgaat. Vanuit deze optiek gebruik ik willen en handelen nu door elkaar.

STOFWISSELING
Bij het handelen beschreef ik al die verbouwing van mijn keuken. Het hakken en breken, het wegruimen van het puin; het aanvoeren van nieuw materiaal. Het is een aan-en wegbrengen, verplaatsen, veranderen van materie. Een intensief ploeteren met de stof. En dat kan alleen als ik me beweeg. Ik heb de beweeglijkheid van de ledematen, met de gewrichten nodig. De andere dag is het goed merkbaar aan de spierpijn, dat het niet alleen de ledematen zijn, maar ook de daarbij behorende musculatuur, die nodig is voor het handelen.

Nu hebben wij ook spieren, die zich aan onze direct beïnvloedbare handelingen, wilsimpulsen, onttrekken. We spreken niet voor niets over willekeurige en onwillekeurige spierbewegingen. Bij het eten van iets, zie je een mooie overgang van de willekeurigheid naar de onwillekeurige bewegingen.

Ik laat het telen van het voedsel en het klaarmaken daarvan buiten beschouwing, het is duidelijk dat het hier om een werking van, in en met de stoffelijkheid gaat. Terzijde merk ik hier op, dat in het ruiken en proeven onmiddellijk de aard van het zenuw-zintuigstelsel zichtbaar wordt: het „ontstoffelijken“ van de materie. De materie wordt a.h.w. geabstraheerd tot geur en smaak. De functie van het zenuw-zintuigstelsel is bewustzijn geven van.  Hier: bewustzijn van het betreffende voedsel: niet de kwantiteit, maar de kwaliteit.

In het kauwen en doorslikken hebben we de laatste mogelijkheid ons „willend“ met het voedsel bezig te houden; na het inslikken is het onttrokken aan onze wil(lekeur).

Echter, een zo mogelijk nog grotere activiteit vindt nu plaats, samengevat in het hele verteringsproces. Een mooi woord: stofwisseling: om- en uitwisseling van alle mogelijke voedingsstoffen, met de daarvoor bedoelde organen. En er is heel wat spierweefsel bij betrokken.

Bij de grote beweeglijkheid waartoe de ledematen in staat zijn, maar dan meer uiterlijk, hoort de beweeglijkheid-naar binnen toe, van de stofwisseling.

Daarom wordt in het drieledig mensbeeld ook vaak gesproken van het stofwisselings-ledematensysteem, naast het ritmische en het zenuw-zintuigsysteem.

MENS ALLEEN BREIN?
Met hulp van het drieledig mensbeeld is er veel meer over de mens te zeggen, dan bv het monisme, dat de mens reduceert tot zijn brein.

Wanneer ik alles wat tot nog toe gezegd is in een “schema” samen zou willen vatten, kom ik tot onderstaande tekening, die ik als een “gebaar” zou willen opvatten.

Advertenties

16 reacties

  1. It’s in reality a nice and helpful piece of info. I’m happy that you simply
    shared this helpful info with us. Please keep us informed like this.
    Thank you for sharing.

Trackbacks

  1. WAT OP DEZE BLOG STAAT « antroposofie: een inspiratie
  2. VRIJESCHOOL – Algemene menskunde als basis voor de pedagogie – voordracht 10 | VRIJESCHOOL
  3. VRIJESCHOOL – Handen en intelligentie | VRIJESCHOOL
  4. DE VIERLEDIGE MENS (4) | antroposofie: een inspiratie
  5. VRIJESCHOOL – Rudolf Steiner als opvoeder (7) | VRIJESCHOOL
  6. VRIJESCHOOL – Menskunde en pedagogie | VRIJESCHOOL
  7. VRIJESCHOOL – Nederlandse taal – klas 4 (groep 6) | VRIJESCHOOL
  8. WAT STAAT OP DEZE BLOG | antroposofie: een inspiratie
  9. VRIJESCHOOL – Rudolf Steiner over gezondmakend onderwijs (3) | VRIJESCHOOL
  10. VRIJESCHOOL – Spel (14) | VRIJESCHOOL
  11. VRIJESCHOOL – Menskunde en pedagogie (5) | VRIJESCHOOL
  12. VRIJESCHOOL – Algemene menskunde als basis voor de pedagogie – voordracht 10 | Vrije School
  13. VRIJESCHOOL – Zintuigen (9-8) | VRIJESCHOOL
  14. VRIJESCHOOL – ‘antroposofisch’ onderwijs (2) | VRIJESCHOOL
  15. VRIJESCHOOL – Rudolf Steiner over schrijven en lezen (6) | VRIJESCHOOL

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s

%d bloggers liken dit: